Veel van ons zullen het gevoel vast herkennen: het schuldgevoel nadat je tijdens een gezellig avondje flink hebt gegeten. Denkend dat je meteen een kilo bent aangekomen...

De volgende ochtend bevestigen de weegschaal en de spiegel je slechte gevoel. Je weet het zeker, dat avondje was gezellig maar je bent er wel flink door aangekomen.

Wil je weten of het extra gewicht dat je bent aangekomen ook daadwerkelijk vet is? Misschien hoef je je eigenlijk helemaal niet zo slecht te voelen als dat je denkt.

Lees hieronder met ons mee.

 

Wat zorgt voor gewichtstoename?

Waar je bij afvallen vet verliest door een negatieve energiebalans, ontstaat gewichtstoename, in de meeste gevallen, juist door een overschot aan calorieën: een positieve energiebalans. Dit betekent dat je meer calorieën binnen krijgt dan je lichaam verbruikt.

Hoeveel calorieën is 1 kilo vet? 

Om 1 kilo in vet aan te komen, moet je 9000 calorieën teveel binnen krijgen. 1 gram vet bevat namelijk 9 calorieën.

Onze vetmassa bestaat niet voor 100% uit vet, maar voor 87%. Dit betekent dat er ongeveer 7830 calorieën opgeslagen zijn in 1 kilo vet.

Om met één maaltijd een overschot aan 7830 calorieen binnen te krijgen is vrijwel niet te doen. Ook kun je jezelf nog afvragen of je lichaam deze extra 7830 calorieën wel kan opnemen en opslaan.

Waar moeten we nog meer naar kijken?

Ons lichaam moet voeding verbranden en verbruikt hier voor energie. We noemen dit proces thermogenese. Het aantal calorieën dat je lichaam verbruikt om voeding te verbranden moeten we dus nog van deze 7830 calorieën af halen.

De vorm van thermogenese die het vaakst wordt gebruikt is de dieet-geïnduceerde thermogenese (DIT) 

De DIT is pak 'm beet 10% van onze calorie-inname. De samenstelling van voeding speelt namelijk ook een belangrijke rol. Zo is de DIT van vet 0-3%, van koolhydraten 5-10% en van eiwit 20-30% van de energie die wordt geleverd door het macronutriënt. (1)

Het calorieoverschot van 7830 kcal zal dus nog hoger uitvallen om uiteindelijk een kilo in vet aan te komen.

"Hebben mijn spiegel en weegschaal ongelijk dan?"

Nee! Ook glycogeen en vocht spelen namelijk een rol en die hebben we nog niet besproken. 

Voordat je lichaam koolhydraten omzet in vet wil het eerst de glycogeenvoorraden in het lichaam aanvullen. Je lichaam slaat dit met name op in je lever en spieren.

Elke gram glycogeen die we opslaan in de lever bindt zich aan 2,4 gram vocht. Als onze lever vol is met glycogeen weegt deze voor mannen zo'n 290-430 gram meer en bij vrouwen 240-365 gram meer dan wanneer de glycogeenvoorraad op is.

En dan hebben we ook nog onze spieren. Deze slaan namelijk ook glycogeen en vocht op. Hoeveel dit is is afhankelijk van verschillende factoren. Zoals natuurlijk de hoeveelheid spiermassa.

Naar inschatting kunnen mannen rond de 250-465 gram glycogeen opslaan in de spieren en vrouwen 175-350 gram. Dit bindt zich vervolgens weer aan vocht. In de spieren bindt 1 gram glycogeen zich aan minimaal 3 gram vocht.

Zoals je ziet kan dit dus leiden tot een flinke gewichtstoename.

Vaak zijn grote en ongezonde maaltijden rijk aan zout. Zout zorgt er voor dat je lichaam extra vocht vasthoudt. Als je dus een flinke zoute maaltijd hebt gegeten dan kun je hierdoor dus nog meer vocht vasthouden en nog meer in gewicht aankomen.

Laten we ook niet je maag vergeten

De grote maaltijd die je hebt gegeten kan niet zomaar verdwijnen. Deze maaltijd zit de volgende dag nog (gedeeltelijk) in je lichaam en is ook mede verantwoordelijk voor de gewichtstoename. 

Conclusie

De volgende keer als je een gezellige avond en iets teveel hebt gegeten hoef je dus geen schuldgevoel meer te hebben. Het grootste gedeelte van je gewichtstoename wordt veroorzaakt door glycogeen, vocht en je maaginhoud. 

Als je de volgende dag weer je gezonde levensstijl oppakt dan zul je zien dat je gewicht vanzelf weer wegzakt.

Heb je vrienden of vriendinnen die zich ook vaak slecht voelen na een gezellige avond? Deel dit artikel met ze. 

Is er een onderwerp waar je graag wilt dat we over schrijven? Let us know!